Examen Projectmanagement

Auteur

Fabrice Devaux

Publicatiedatum

27 mei 2026

Wat Moet Je Kennen

Deel 1: Versiebeheer, Git en GitHub

  • Je kan het belang van versiebeheer uitleggen.
  • Je kent de verschillende toestanden waarin een bestand in Git zich kan bevinden en de transities ertussen (lifecycle).
  • Je weet wat de volgende termen betekenen en waar ze voor dienen: diff, .gitignore, clonen, remote, push, pull.
  • Je kan de verschillende soorten uitput van het git status commando interpreteren. (enkel de voorbeelden uit de les!)
  • Je kent het verschil tussen gecentraliseerd en gedistribueerd versiebeheer.
  • Exacte syntax van git commandos moet je niet vanbuiten kennen!
  • Je kent het verschil tussen Git en GitHub.
  • Je begrijpt hoe commits met elkaar verbonden zijn en zo een commit tree vormen. Je kan een commit tree interpreteren.
  • Je weet wat de volgende termen betekenen en waar ze voor dienen: branch, commit, fast-forward merge, merge conflict.
  • Je kent het verschil tussen een fast-forward merge en een true/3-way merge.
  • Je weet hoe je een merge conflict kan oplossen.
  • Je weet wat de volgende termen betekenen en waar ze voor dienen: feature branch, pull request.
  • Rebase moet je niet kennen.
  • Je kan met een GitHub repo werken. Clonen, pullen, pushen, een PR openen, enz. Dit moet je niet vanbuiten kennen.

Deel 2: Scrum en Agile

  • Je kan uitleggen wat Agile en Scrum zijn en waarom deze ontstaan zijn.
  • Het Agile Manifesto en de Scrum principes moet je niet vanbuiten kennen.
  • Je kent de verschillende Scrum rollen en kan deze (beknopt) uitleggen: Product Owner, Scrum Master, Development Team.
  • Je kent de verschillende Scrum activiteiten en kan deze (beknopt) uitleggen: Sprint Planning, Daily Scrum, Sprint Review, Sprint Retrospective.
  • Je weet wat de Product Backlog en Spring Backlog zijn.
  • Je begrijpt ook volgende termen: User Story, Backlog Grooming, Definition of Done, Planning Poker, Velocity
  • Je kan een eenvoudig Project maken in GitHub en daarin Issues aanmaken die Product Backlog Items voorstellen. Dit moet je niet vanbuiten kennen.

Deel 3: CI/CD en TDD

  • Je weet waar TDD voor staat en kan het basisconcept van TDD uitleggen.
  • Je kan uitleggen wat refactoren is.
  • Je kan de voor- en nadelen van TDD herkennen en van elk minstens 1 opnoemen.
  • Je weet waar CI voor staat en kan het basisconcept van CI uitleggen.
  • Je weet waar CD voor staat en kan het basisconcept van CD uitleggen.
  • Je kan een CI pipeline opzetten met GitHub Actions. Dit moet je niet vanbuiten kennen.

Overzicht Examen

Het examen bestaat uit 2 delen:

Deel 1: Theorie

Het eerste deel is theoretisch en “gesloten boek” (op papier). Je krijgt een reeks multiple-choice vragen en een paar open vragen. Als je klaar bent en dit deel hebt afgegeven mag je direct aan deel 2 beginnen.

Voorbeeld

  • De product owner bepaalt de volgorde van de features die gebouwd worden. Hij/zij deelt zijn beslissing daaromtrent mede tijdens de sprint meetings zodat het team de planning correct kan doen.
    • Waar
    • Niet waar
  • De TDD ontwikkelingscyclus wordt beschreven als
    • Refactor-Red-Green
    • Red-Green-Refactor
    • Test-Refactor-Fix

Welke informatie kan je afleiden uit de volgende git status? Wat gebeurt er als je nu git pull uitvoert? Kan je een merge conflict krijgen?

$ git status
On branch main
Your branch is behind 'origin/main' by 1 commit, and can be fast-forwarded.
  (use "git pull" to update your local branch)

nothing to commit, working tree clean

Deel 2: Praktijk

Deel twee is toegepast en “open boek”. Je krijgt een reeks opdrachten die je met je laptop uitvoert. Je mag dus alles gebruiken - de cursus, Google, AI, …

Voorbeeld

  1. Maak een lokale clone van een gegeven GitHub repository.
  2. Voer een aantal opgegeven aanpassingen uit.
  3. Commit de veranderingen op een nieuwe feature branch en push deze naar GitHub.
  4. Open een Pull Request.
  5. Maak een nieuw Project in GitHub en maak Issues aan voor 3 User Stories voor een opgegeven nieuwe feature